1004029 - Wijziging verordening maatschappelijke participatie 2013

Op 15 januari 2013 heeft het College de Bestuursopdracht “Projectplan maatschappelijke participatie” vastgesteld. Concrete opdracht is om een projectplan op te stellen dat op 1 juli 2013 in kan gaan. Het projectplan regelt de werkwijze voor –in eerste instantie de groep WWB-klanten die in staat mogen worden geacht activiteiten te verrichten op het gebied van maatschappelijke participatie. In een tweetal “uitloop”-bijeenkomsten van de commissie Sociaal te weten op 7 februari en 10 april is de commissie geïnformeerd over de aanpak en de stand van zaken. Het projectplan met een looptijd van 1 juli -31 december 2013 is bijgevoegd. Het projectplan beschrijft de werkwijze en de rollen van de klantmanagers, kwartiermaker en deelnemende organisaties en hun vrijwilligers. Het projectplan richt zich in de eerste plaats (tot eind 2013) op de doelgroep WWB-ers en de werkwijze zal naar aanleiding van de ervaringen toepast worden op andere groepen burgers die laag op de participatieladder staan. Het projectplan geeft een verdere uitwerking aan het beleid voor maatschappelijke participatie: van specifiek naar generiek. Dat wil zeggen een beweging van individuele trajecten sociale activering naar deelname aan en bij maatschappelijke participatieactiviteiten bij o.a. reguliere instellingen onder begeleiding van die organisaties en hun vrijwilligers.Verschillende ontwikkelingen geven aanleiding om enkele aanpassingen in de Verordening maatschappelijke participatie 2013 te doen.
Mensen die deelnemen aan een WWB-traject maatschappelijke participatie kunnen voor extra kosten komen te staan, bijvoorbeeld als ze lid worden van een (wijk)vereniging en/of gaan deelnemen aan activiteiten. Een bijdrage in deze kosten zal vanaf 1 augustus 2013 mogelijk zijn, doordat de Verordening maatschappelijk participatie 2013 hierop wordt aangepast.
Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheid om de sportieve, culturele, educatieve en maatschappelijke activiteiten voor kinderen verdergaand te garanderen. Verschillende vergoedingen worden al rechtstreeks aan de aanbieder uitbetaald. Nu wordt voorgesteld dit ook door te voeren bij de sportieve, culturele en maatschappelijke activiteiten. Hiermee is er voor het kind de zekerheid dat het bijvoorbeeld kan (blijven) sporten, want het geld wordt besteed waarvoor het bedoeld is.
De rijksoverheid heeft het mogelijk gemaakt de inkomensgrens voor maatschappelijke participatie weer te verhogen naar 120 % van de bijstandsnorm.
Verder zijn er kleinere aanpassingen gemaakt, zowel inhoudelijk als tekstueel.

Behandeld in:

Deze website maakt gebruik van cookies.

Strictly necessary cookies

Cookies t.b.v. statistieken

Cookies van externe partijen

Meer informatie
Wat vindt u van onze website?