Hengelo in de prehistorie en de Middeleeuwen

Hengelo in de prehistorie en de Middeleeuwen

Hengelo in de prehistorie.

De oudste bewoners van het gebied dat tegenwoordig de gemeente Hengelo omvat, waren rondtrekkende jagers die omstreeks het einde van de ijstijd (zo’n 14.000 jaar geleden) neerstreken in de beekdalen en woonden in tenten van dierenhuiden. Latere bewoners legden zich toe op landbouw en veeteelt en ze woonden aanvankelijk in schamele ronde hutten.

De Middeleeuwen

Rond het jaar 500 woonde een groot deel van de  boerenbevolking in deze regio in een woningtype dat later bekend werd als lös hoes: een vroeg boerderijtype dat mens en dier bescherming bood tegen weer en wind. Groepen bij elkaar gebouwde boerderijen rond de essen vormden in de middeleeuwen de zogenaamde marken. De grondeigenaren hadden er stemrecht in de markevergaderingen , de holtincks, waarin besluiten werden genomen over het gebruik van de woeste markegronden. Het huidige Hengelo omvat (delen van) de marken Woolde, Oele, Driene, Beckum, Hasselo en Twekkelo.

Het Huys te Hengel

Het dorp Hengelo zelf behoorde tot de marke Woolde met als hoofdhof het Huys te Hengel, waarvan de naam voor het eerst opduikt in een akte uit 1337. Bekende heren van Hengelo waren Frederik van Twickelo en Willem Ripperda. De laatste was meermalen Drost van Twente en ook maakte hij in 1646 deel uit van de afvaardiging uit de Nederlandse gewesten bij de onderhandelingen over de Vrede van Münster, waarmee de Tachtigjarige Oorlog in 1648 tot een einde kwam.

Deze website maakt gebruik van cookies.

Strictly necessary cookies

Cookies t.b.v. statistieken

Cookies van externe partijen

Meer informatie
Wat vindt u van onze website?