Hengelo in de 16e en de 17e eeuw

Hengelo in de 16e en 17e eeuw

 

Het zestiende-eeuwse Hengelo was een ‘klein en schamel dorp’ en daarin zou ook in de volgende eeuw geen verandering komen. Toen de Spanjaarden aan het eind van de zestiende eeuw ook de Twentse regio binnenvielen, waren ‘brand en roof’ aan de orde van de dag. Met Pasen 1595 vielen 43 Hengelose huizen ten prooi aan de vlammen, ongeveer een derde van het toenmalige dorp. In 1616 kwam het Huis Hengelo in het bezit van het geslacht Ripperda. Unico Ripperda, die in 1625 erfmarkerichter van Woolde, Driene en Oele zou worden, sloopte het oude huis en bouwde er een prachtig kasteel.

De arme boerenbevolking had zich intussen gericht op de verbouw van vlas. De stengels van dit gewas waren geschikt om garen van te spinnen en daarvan stoffen te weven. Het spinnen werd door de vrouwen gedaan en in de wintermaanden werd door de mannen in de weefkamers bij de boerderijen en huizen het ‘lijnwaad’ geweven, dat later langs de oevers van de beken werd gebleekt.

 

 

Deze website maakt gebruik van cookies.

Strictly necessary cookies

Cookies t.b.v. statistieken

Cookies van externe partijen

Meer informatie
Wat vindt u van onze website?