10G200184 - Delegatie bevoegdheid tot afwijzen projectbesluit

Gerelateerde links

Woningwet
Wanneer een aanvraag om bouwvergunning niet past binnen het vigerende bestemmingsplan, dan wordt de aanvraag om bouwvergunning op grond van artikel 46 lid 3 Woningwet tevens aangemerkt als een aanvraag om:
1. een ontheffing: als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid, onderdeel c, 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening;
2. een projectbesluit: als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening.
Wanneer een aanvraag om bouwvergunning niet past binnen de ontheffingsmogelijkheden van artikel 3.6 eerste lid, onderdeel c, 3.22 of 3.23 van de Wro, dan wordt deze aangemerkt als een verzoek tot het nemen van een projectbesluit.

Wet ruimtelijke ordening
Met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening per 1-7-2008 is voor de verwezenlijking van een project van gemeentelijk belang het projectbesluit geïntroduceerd (art 3.10 Wro). Zowel de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit als het afwijzen van een aanvraag om een projectbesluit ligt bij de raad. Deze bevoegdheden kunnen worden gedelegeerd aan het college.

In voorkomende gevallen wordt een aanvraag om bouwvergunning tevens gezien als een verzoek tot het nemen van een projectbesluit. Op grond van artikel 3.12 Wro dient de raad (of in geval van delegatie het college) binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit hieromtrent te nemen.

Voorstel
Om beter uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke bepalingen wordt voorgesteld de bevoegdheid tot het afwijzen van een aanvraag om een projectbesluit te delegeren aan het college. Hiermee wordt beoogd bouwaanvragen welke zijn aangemerkt als een verzoek tot het nemen van een projectbesluit sneller af te handelen. Specifiek is gekozen voor delegatie van de afwijzing van de aanvraag om een projectbesluit. Het betreft de aanvragen die niet passen binnen de gemeentelijk beleids- en ruimtelijke ordeningskaders.
Momenteel lopen er nog een aantal vrijstellingsprocedures op basis van de “oude” Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het betreft de vrijstellingsprocedures op grond van artikel 19.1 en 19.2 van de WRO. Voor het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 19.1 WRO is de raad bevoegd. Deze bevoegdheid kan worden gedelegeerd aan het college.
Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt bij de volgende lopende vrijstellingsprocedures: Invulling Hijschcomplex (207341), Westermaat Plein fase 3 (209093), Dieselstraat Leeghwaterstraat (305666), en Ruimtelijke ontwikkeling Noordkant Deldenerstraat (330460).

Het projectbesluit kent een aantal mogelijkheden, bijvoorbeeld ten aanzien van kostenverhaal, die er onder de oude WRO niet waren. In voorkomende gevallen kan het wenselijk zijn de procedure onder het nieuwe recht voort te zetten, dus met toepassing van het projectbesluit.

Voorgesteld wordt de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit te delegeren aan het college, voor die projecten die in het kader van de WRO reeds aan het college zijn gedelegeerd.
Delegatie van de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit heeft betrekking op de hiervoor genoemde projecten
In samenhang met het delegeren van de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit dient ook de bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan c.q. het niet vaststellen van een exploitatieplan te worden gedelegeerd (artikel 6.12 lid 3) aan het college.

Behandeld in:

 

Deze website maakt gebruik van cookies.

Strictly necessary cookies

Cookies t.b.v. statistieken

Cookies van externe partijen

Meer informatie
Wat vindt u van onze website?