Hengelo start nachtelijke bestrijding eikenprocessierups
Eén bestrijdingsronde door Hengelo
Gildebor start op zondag 12 april met de jaarlijkse nachtelijke bestrijding van de eikenprocessierups. We behandelen alle gemeentelijke eiken één keer met aaltjes. Zo voorkomen we overlast door brandharen later dit jaar.
Wethouder Annemieke Traag over de bestrijding: ‘We willen de overlast van de jeukharen zoveel mogelijk voorkomen. Sommige mensen hebben hier flink last van. Daarom blijven we de rups bestrijden. Natuurlijk houden we in de gaten hoe de eikenprocessierups zich verder ontwikkelt en zuigen we nesten weg als dat nodig is.’
Nachtelijk lawaai
Gildebor spuit tussen 19.00 en 02.30 uur aaltjes in de gemeentelijke eiken. Dit kan voor (geluids)overlast zorgen. Ze doen dit ’s nachts omdat:
- Aaltjes (kleine wormpjes) normaal onder de grond leven.
- Ze kunnen niet goed tegen uv-licht.
- Ze werken daarom het best in het donker.
Na het bespuiten van een boom zoeken de aaltjes een kleine eikenprocessierups op. Het aaltje dringt de rups binnen. Daardoor gaan de rupsen dood voordat ze overlast kunnen veroorzaken.
Wegzuigen van nesten
Een groot deel van de eikenprocessierupsen overleeft de behandeling met aaltjes niet. De rupsen, die wel overleven, ontwikkelen zich. In de eerste weken hebben ze nog geen brandharen die jeuk kunnen veroorzaken. Naar verwachting krijgen ze deze brandharen pas halverwege mei. Dan maken ze ook nesten in de eiken. Gildebor start in die periode met het wegzuigen van nesten in de gemeentelijke bomen op plekken waar deze voor overlast kunnen zorgen. Zo beperken we zoveel mogelijk de overlast voor onze inwoners.
Inzet op meer biodiversiteit
Naast het bestrijden van de eikenprocessierups (door de behandeling met aaltjes en het wegzuigen) blijven we inzetten op meer biodiversiteit in de stad. Annemieke Traag: ‘We beschermen inwoners en blijven tegelijk kijken naar duurzame oplossingen zoals meer biodiversiteit. Zo vergroenen we de stad, zodat het openbaar groen aantrekkelijker wordt voor meer soorten, en daarmee ook voor de vele natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups en -vlinder.’